Plan: Buitengebied Zuid
Idn: NL.IMRO.0758.BP2009059001-0401
Plantype: gemeentelijke overheid/bestemmingsplan
Status: Vastgesteld
Planregels
Op deze pagina vindt u de regels behorende bij het plan Buitengebied Zuid.

Artikel 10 Detailhandel

 

10.1 Bestemmingsomschrijving

De voor Detailhandel aangewezen gronden zijn bestemd voor:

  1. tuincentrum ter plaatse van de aanduiding;

  2. woninginrichting ter plaatse van de aanduiding;
    met de daarbij behorende

  3. groenvoorzieningen;

  4. parkeervoorzieningen;

  5. nutsvoorzieningen.

 

10.2 Bouwregels

Op of in de tot Detailhandel bestemde gronden mogen uitsluitend bouwwerken worden gebouwd noodzakelijk voor en ten dienste van de genoemde bestemming, met dien verstande dat:

  1. gebouwen uitsluitend binnen het bouwvlak mogen worden gebouwd;;

  2. bedrijfsgebouwen met maximaal 15 % van het bestaande bebouwde oppervlak ten tijde van het als ontwerp ter inzage leggen van dit plan mogen worden uitgebreid;

  3. de bouwhoogte van de gebouwen mag maximaal 10 meter bedragen;

  4. per bedrijf één dienstwoning aanwezig mag zijn voor zover deze ten tijde van het als ontwerp ter inzage leggen van het plan reeds aanwezig is; de inhoud van de dienstwoning ten hoogste 750 m³ mag bedragen tenzij de dienstwoning bestaat uit een boerderij met geïntegreerde bedrijfsruimte in welk geval de inhoud gelijk mag zijn aan het bestaande bouwvolume onder de voorwaarde dat de boerderij in zijn oorspronkelijke karakter wordt gehandhaafd;

  5. voor het wonen mag per bedrijfswoning een of meerdere bijgebouwen aanwezig zijn met een gezamenlijke oppervlakte van maximaal 75 m², een goothoogte van maximaal 3 meter en een bouwhoogte van maximaal 5 meter;

  6. de hoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde mag maximaal 5 meter bedragen met uitzondering van terreinafscheidingen waarvan de hoogte maximaal 2 meter mag bedragen;

  7. indien ten tijde van het in ontwerp ter inzage leggen van het bestemmingsplan de maatvoering van gebouwen en/of het aantal dienstwoningen hetgeen hiervoor is bepaald overschrijdt, geldt de bestaande maatvoering voor deze gebouwen c.q. het aantal aanwezige dienstwoningen als maximum.

 

10.3 Wijzigingsbevoegdheid

Burgemeester en wethouders zijn bevoegd overeenkomstig het bepaalde in artikel 3.6 van de Wet ruimtelijke ordening en met inachtneming van het bepaalde in artikel 24 lid 24.5 van deze planregels het plan te wijzigen voor het wijzigen van de bestemming 'Detailhandel' in de bestemming "Wonen" met dien verstande dat:

  1. aan cultuurhistorische, landschappelijke of natuurlijke waarden geen onevenredige schade wordt toegebracht;

  2. de voormalige bedrijfsgebouwen worden gesloopt waarbij 15% met een maximum van 200 m², mag worden gehandhaafd als bijgebouw tenzij het cultuurhistorisch waardevolle bebouwing betreft hetgeen blijkt uit het feit dat deze gebouwen zijn aangewezen als rijks- of gemeentelijk monument dan wel de cultuurhistorische waarde afdoende blijkt uit een overgelegd bouwhistorisch onderzoek.