Plan: Buitengebied Zuid
Idn: NL.IMRO.0758.BP2009059001-0401
Plantype: gemeentelijke overheid/bestemmingsplan
Status: Vastgesteld
Planregels
Op deze pagina vindt u de regels behorende bij het plan Buitengebied Zuid.

Artikel 16 Sport

 

16.1 Bestemmingsomschrijving

De voor Sport aangewezen gronden zijn bestemd voor:

  1. sportvelden;

  2. zwembad ter plaatse van de aanduiding 'zwembad';

  3. manege ter plaatse van de aanduiding 'manege';

  4. ijsbaan ter plaatse van de aanduiding 'ijsbaan';
    met de daarbij behorende:

  5. ondergeschikte horeca ten dienste van de bestemming;

  6. wegen en paden;

  7. parkeervoorzieningen:

  8. water;

  9. groen.

 

16.2 Bouwregels

Op of in de tot Sport bestemde gronden mogen uitsluitend bouwwerken worden gebouwd noodzakelijk voor en ten dienste van de genoemde bestemming en de aanduidingen, met dien verstande dat:

  1. de gebouwen uitsluitend binnen een bouwvlak mogen worden gebouwd;

  2. de bouwhoogte van een gebouw niet meer dan 6 meter mag bedragen tenzij de gronden zijn gelegen ter plaatse van de aanduiding 'manege"in welke geval de bouwhoogte maximaal 10 meter mag bedragen;

  3. voorzover de gronden ter plaatse zijn aangeduid als 'manege' is bepaald dat:

    1. voor zover het bestemmingsvlak is gelegen ter plaatse van de aanduiding 'functieverruimingsgebied' mag een rijhal aanwezig zijn met een omvang groter dan 1000 m² maar op basis van bestaande situatie, bedrijfsvorm en omgevingsfactoren een maximale oppervlakte mag hebben van 4000 m2;

    2. voor zover het bestemmingsvlak is gelegen buiten de aanduiding 'functieverruimingsgebied' maar binnen de bestemmingen "Agrarisch' of 'Agrarisch met waarden- landschapswaarden' mag een bijbehorende rijhal geen grotere oppervlakte hebben dan 1000 m2;

    3. per bedrijf mag een dienstwoning aanwezig zijn met een maximale inhoud van 750 m3, een goothoogte van maximaal 6 meter en een bouwhoogte van maximaal 9 meter;

  4. bestaande en afwijkende maatvoering mag worden gehandhaafd en vernieuwd;

  5. voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, de volgende bepalingen gelden:

    1. de hoogte van erf- en terreinafscheidingen mag niet meer dan 2 meter bedragen;

    2. de hoogte van lichtmasten mag niet meer dan 12 meter bedragen met dien verstande dat de bestaande baan- en/of veldverlichting niet mag worden uitgebreid;

    3. de hoogte van de overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zoals o.a. ballenvangers, mag niet meer dan 6 meter bedragen.

 

16.3 Specifieke gebruiksregels

Voor het gebruik van de gronden en gebouwen is het bepaalde in artikel 24 lid 24.2 van toepassing. Als strijdig gebruik van de gebouwen wordt in ieder geval begrepen gebruik van de gebouwen voor bewoning, detailhandel en voor horeca met een grotere oppervlakte dan 100 m2.